André: Ik wil volgende week een grote auto maken van karton, waar we allemaal in kunnen.
André: Ik wil een echte motor, echte banden en een echt stuur maken. En ik wil hem schilderen. Iedereen mag meehelpen.
Fien: Ja maar, die auto kan doorzakken met alle kinderen erin.
Lola: ja, wij wegen allemaal samen misschien 100 kilo! Karton is te slap.
Er ontstaat een discussie: kan er 100 kilo in zo'n auto en hoe zwaar zijn wij eigenlijk? Toevallig is wegen en meten het thema van deze maand op De Kolibrie, dus dat is een mooie gelegenheid voor een onderzoek: hoeveel weegt de hele klas samen? (meer daarover in een volgende Gimme)
Luka: ik heb een mooie pluim gemaakt.
Luka toont de pluim aan de klas
André: Ik wil ook zo'n mooie pluim maken (later die dag, tijdens de vrije werktijd, leert Luka hem hoe hij zelf een pluim kan maken).
Fien heeft een nieuwsbericht mee
Fien: Dit is de grootste luchtballon van de wereld, die is opgestegen in China. Hij weegt 200 kilo en mijn papa zegt dat dat evenveel is als twee keer hij en ik erbij.
Zo hebben we er weer iets bij voor ons onderzoek: 200 kilo op het bord, met een tekeningetje van 2 Bo's + 1 Fien
Joppe: Jente haar vriendin Luna is bij ons blijven slapen
Joppe: Wij speelden daar vroeger mama mee. Lore kiest altijd om met de poppen te spelen en dat vind ik saai.
Amon: ik heb nieuwe kleren van gisteren.
Amon: Ik heb dezelfde kleren aan als de poppen in de winkel. Mijn vest heeft een zak vanachter.
een paar kinderen: Ja, voor een parachute ... of voor snoep!
Goran: ik ben naar Bobbejaanland geweest.
Goran: Bobbejaanland is het best pretpark ooit! Die boot gaat helemaal over de kop en er is ook een stok waar je in moet zitten en die supersnel gaat.
Joppe: wij zijn in bootjes met water geweest. Er is ook een draak die rond gaat.
Goran: Er is ook een spookhuis en daar zit een gaatje in waar superveel wind uit komt.
André: Ik ben al eens in een boot geweest.
Ahren heeft een wolvenboek meegebracht.
Hij heeft een paar dingen opgeschreven die leuk zijn om te weten (en die van pas komen voor het onderzoek over wolven). Amon leest ze voor.
Lola: Ik heb gisteren een kleiwerk gemaakt
Lola en Marie-Lise laten het kleiwerk gezien dat ze dinsdag in de klas gemaakt hebben: vogelnestjes met vogels, een pinguïn, een hondje
Goran: Ik heb een groot pak klei gekregen en ik heb er een groot volgelhuis van gemaakt.
André: Ik heb ook een kleiwerk gemaakt: eerst was het een café, maar nu is het een fotokader.
Lola: Mijn papa (of mama?) heeft ander werk.
Zeno: Mijn papa gaat ook ander werk zoeken.
Marie-Lise: Mijn mama begint volgende week aan nieuw werk.
Marie-Lise: mama heeft dit gewonnen voor mij (toont knuffeltje aan een sleutelhanger)
Dieuwke: ik heb op TV naar (?) gekeken
Dieuwke: Pieter-Jan was gewonnen en die stond keihard te huilen. En er was een feestje omdat hij gewonnen had.
Andere kinderen hebben het programma op Ketnet ook gezien.
Zeno heeft een nieuwsbericht meegebracht.
Zeno: Deze mevrouw werkt bij een bakker. Ze had een arme man zes koffiekoeken gratis gegeven en toen werd ze ontslagen. Nu moet ze naar de rechtbank gaan.
grote verontwaardiging bij de kinderen: allez, dat is toch juist goed?
Het artikel van Zeno komt goed van pas voor het onderzoek over arme mensen: de onderzoekjes worden donderdag afgerond.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten